President Kagame joins Rwandans to celebrate the 23rd Liberation Anniversary
Foto: www.paulkagame.com
Natuurlijk gewaardeerde lezers, na Deel 39 over Kwibohora wenst u te vernemen over de overige Public Holidays in Rwanda. Aan dat diepgevoelde verlangen kom ik graag tegemoet.
Umvah! Eerst meteen maar in het diepe met de ‘Genocide against the Tutsi Memorial Day’ op 7 april (vergeet u vooral niet dat ‘against the Tutsi’ erbij te vermelden – de autoriteiten hier hechten aan zorgvuldige, en vooral ook zorgvuldig geregisseerde, geschiedschrijving). Die dag is het startsein voor een hele reeks van herdenkingen overal in het land, die tot diep in de maand april voortduren. Deze zanger zet die herdenkingen luister bij; hij is de enige overlevende van zijn familie:
Vergunt u mij één voetnoot op te nemen met een fragment uit het boek ‘Shake Hands with the Devil’ (met als subtitel ‘The Failure of Humanity in Rwanda’) van luitenant-generaal Romeo Dallaire*, alvorens de volgende patriottistische herdenkingsdag, ‘National Heroes Day’, uit te lichten: op 1 februari heeft iedereen een vrije dag om iedereen in Rwanda die een held was, of is, te eren.
Na Deel 29 waag ik me niet meer aan de beschrijving van levende helden, maar laat ik tenminste één man noemen, die beslist een held wás: Mbaye Diagne. Aan hem wijd ik graag een tweede voetnoot** voordat we verdergaan en die vreselijke genocide met een zucht van verlichting verder laten rusten.
Gelukkig! Ondanks die twee voetnoten bent u er nog. Ten slotte, als sluitstuk van het kwartet ‘Vaderlandslievende Dagen in het Land van Duizend Heuvels’ is er nog ‘Independance Day’ om te vieren dat de natie zich in 1962 ontworstelde aan het Belgische koloniale juk.
Natuurlijk kan ik het hier nog gaan hebben over de uittocht van Tutsi’s naar Uganda kort voordat de onafhankelijkheid van Rwanda een feit werd, een uittocht die later zou leiden tot ….. maar zoals gezegd: na die twee voetnoten heb ik even genoeg van de door de Belgen aangejaagde – laat ik deze keurige term maar gebruiken – etnische controverses.
Goed, nu lichtvoetiger aandacht voor de resterende ‘gewone’ National Holidays in de republiek Rwanda.
Daar gaan we: naast één zijn ook twee januari (met ongeëvenaarde verbeeldingskracht tot ‘Day after New Year’s Day’ gedoopt), Labour Day en Umuganura (een soort Dankdag voor het Gewas) vrije dagen.
Uiteraard kan ik ter illustratie van die Dankdag gewoon een afbeelding zoals deze van het internet plukken, maar de onderstaande compilatiefoto van onze residentiële voorraadkamer op een willekeurige doordeweekse dag is – denk ik – veelzeggender:

En misschien verdient deze afbeelding ook een plekje; het is een halve ‘ibifenesi’ (de Engelse naam is ‘jackfruit’), de grootste vrucht die ik ooit zag:

Dit is de andere helft:

Dan is er nog de opbrengst uit eigen tuin. Waar de oogst in Nyarutarama zich beperkte tot een enkele papaya op zijn tijd, daar verschaft de heuse moestuin van Umucyo Estate ondermeer suikerriet …

… een overvloed aan gele pepertjes, tree tomatoes (zie ook de tweede voetnoot bij Deel 21) en een smakelijke bladgroente, die het midden houdt tussen de Hollandse spinazie en andijvie.
Kortom, u begrijpt: in feite vieren we hier élke dag Umuganura.
Verder zijn – omdat Rwanda godsdienstvrijheid minstens zo hoog in het vaandel heeft staan als Nederland – naast alle gangbare christelijke feest- en gedenkdagen, ook Eid al-Fitr (het einde van de Ramadan) en Eid al-Adha (het Offerfeest) National Holidays.
Ja, gewaardeerde lezers, u concludeert het inderdaad treffend: bij dat alles steken we in Nederland met onze Konings- en Bevrijdingsdag maar pover af. Kom ik voor de Lage Landen op – als de kalender een beetje meewerkt – een totaal van maximaal acht vrije dagen per jaar, in het Land van Duizend Heuvels zijn dat er niet minder dan 15 (zegge: VIJFTIEN). En dat zijn bovendien 15 hárde dagen: valt een National Holiday in het weekeinde, dan is de eerstvolgende maandag een vrije dag. Zodoende hadden we hier dit jaar meteen al een kleine vakantie van één t/m vier januari:
Vrijdag één januari was vrij omdat het – net zoals in Nederland – vrijdag één januari was.
Zaterdag twee januari was dubbel vrij omdat het én zaterdag én de ‘Day after New Year’s Day’ was.
Zondag drie januari was vrij omdat het – net zoals in Nederland – zondag drie januari was.
Maandag vier januari was vrij omdat we de ‘Day after New Year’s Day’ niet op twee januari hadden kunnen vieren, en de ‘Day after New Year’s Day’ daarom op the ‘Third Day after New Year’s Day’ (voor het juiste begrip: dus de ‘Second Day after the original Day after New Year’s Day) als feestdag op de kalender stond.
De kwestie is – kortom – héél duidelijk: in Nederland mogen we dan klompen, molens, tulpen, partydrugs, brede rivieren die traag door oneindig laagland gaan en een ontredderd Christen Democratisch Appel hebben, maar voor berggorilla’s, een buitengewoon ruimhartig immigratiebeleid (daarover een volgende keer meer), een onovertroffen plezierig klimaat, voortreffelijke koffie en thee van eigen bodem, overvloedig tropisch fruit, een verbijsterend palet aan groentinten, zwaarbewapende politieagenten op iedere straathoek én een kwistige hand met nationale vrije dagen moet u in Rwanda zijn.
* Eerst dat fragment. Het beschrijft hoe Dallaire met zijn escorte vanuit Kigali naar het noorden van Rwanda reist om daar een onderhoud met Kagame, destijds de aanvoerder van het Rwanda Patriotic Front, te kunnen hebben. De genocide is dan nog geen drie weken oud.

Dan, ter toelichting voor zover u zijn boek nog niet kent: Dallaire (in 1946 geboren te Denekamp, Overijssel), trad in de militaire voetsporen van zijn Canadese vader en werd de bevlogen bevelhebber van de ‘United Nations Assistance Mission for Rwanda’ ofwel UNAMIR. Deze ‘vredes’missie had aanvankelijk tot doel implementatie van de wankele Arusha akkoorden te ondersteunen. Die akkoorden voorzagen in een Rwandese overgangsregering met Hutu én Tutsi vertegenwoordigers die er – zoals u allang had begrepen – nooit is gekomen.

Dallaire bleef onder onmogelijke omstandigheden op zijn post, niet aflatend maar vruchteloos strijdend voor meer mankracht, materieel en mandaat in een manhaftig pogen om het steeds verder escalerende onheil in Rwanda af te wenden.
De onmacht van en de bureaucratie binnen de VN zijn een moedeloos stemmende rode draad in zijn boek dat Dallaire, samen met Brent Beardsley – zijn rechterhand tijdens UNAMIR – schreef na uit de put van een zware posttraumatische stressstoornis te zijn geklommen.
** Kort na het losbarsten van de genocide werden Rwanda’s Eerste Minister, Agathe Uwilingiyimana, en haar man Ignace Barahira vermoord. De Belgische ‘Blue Berets’ die hen moesten beveiligen trof hetzelfde lot. Vlak voor hun dramatische dood wist het ministeriële echtpaar hun vijf kinderen met succes te verbergen. Toen de Senegalese legerkapitein Mbaye Diagne, die onder Dallaire diende in UNAMIR, begreep dat de kinderen van Agathe en Ignace nog in leven waren, ontzette hij hen op onwaarschijnlijk onverschrokken wijze. Alle vijf kinderen ontsprongen zo de macabere dans en startten uiteindelijk een nieuw leven in Zwitserland.

Later zou de flamboyante Diagne op eigen houtje nog honderden andere potentiële slachtoffers in veiligheid brengen.
Weer later, om precies te zijn op 31 mei 1994, werd D. in zijn voertuig met onmiskenbare UN kentekenen fataal geraakt door een scherf van een mortiergranaat, afgevuurd door de RPF troepen van Kagame.
Nog (veel) later, om precies te zijn op 4 juli 2010, reikte diezelfde Kagame de ‘Umurinzi’ medaille, die symbool staat voor Rwanda’s campagne tegen de genocide, uit aan zijn weduwe.
De hoogste tijd om te stoppen – u heeft nu wel een beeld bij het krachtenspel in het Rwanda van destijds en van vandaag.
Altijd weer een mooi verhaal Jan heel interessant land
Beste Jan,
het mag gezegd worden dat België de aanjager is geweest, zij hebben al jaren ervaring met hun eigen regionale tegenstellingen (in dit geval tussen Vlamingen en Walen) om deze op te kloppen tot een niet te overbruggen etnische controverse.
en wij heerlijk naïeve Nederlanders willen graag de helft van dit België inlijven.
met een hartelijke groet, Ton.